Sinds in 2008 in volle glorie op straat kwam te liggen hoe banken met ons geld omgaan, hebben ze niet veel geleerd. Een sorry was er over het algemeen niet bij. Hard op de deuren van de staat kloppen hield ze dringender bezig. Met het geld dat uit de nationale ruif werd overgemaakt, konden de banken weer vooruit. Onkruid vergaat tenminste nog, dat is banken niet gegeven.
Dat kon alleen niet gezegd worden van met name hun zakelijke klanten. De kredietkranen werden geheel of gedeeltelijk dicht gedraaid, zelfs voor bedrijven die tot dan toe prima overeind waren gebleven, winst maakten, gezond waren en een mooie toekomst voor zich dachten te hebben. Plots werd glashelder zichtbaar wat wij allemaal eigenlijk al heel lang wisten of op z’n minst vermoedden: een bank is een vriendelijke meeknikker, die ons een paraplu leent als de zon schijnt, maar ‘m direct opeist zodra in de verte zelfs maar het begin van een donker regenbuitje te zien is.
Wij van de ZZP’er zeggen dan ook: het liefst van alles proberen we zoveel mogelijk onafhankelijk te zijn van een bank. Ga er niet consequent rood staan. Leen er geen geld. Trap niet in hun flexibel krediet praatjes. Niet als we willen beginnen als ZZP’er en ook niet als we het aardig doen als ZZP’er. We houden de uitgaven in de klauwen, we gaan niet over tot rare uitspattingen met de credit card, we zetten geen bloemen buiten waar we later spijt van krijgen.
We zijn graag zo onafhankelijk mogelijk
Als we financieel wat willen, lenen we wel van ons eigen BV’tje als dat kan. Om in nieuwe apparatuur te investeren of iets nieuws te ondernemen. Ook is het standaard een goed idee om te kijken of het zin heeft om een stuk hypotheek af te lossen om onze persoonlijke lasten wat naar beneden te krijgen en misschien met wat minder salaris toe te kunnen.
Eventuele winst die we maken zetten we dan nog wel weg op een aparte rekening bij de bank. Met de dringende boodschap: afblijven en zorg dat het niet minder wordt. Dat doen we dan niet eens om de de fooi waarvan de banken altijd hardnekkig volhouden dat het spaarrente is. Maar omdat het de buffer is voor het geval dat een goed jaar gevolgd wordt door onverwacht tegenvallende periodes van uitblijvende opdrachten.
Het is gewoon een kwestie van een gezonde drang om de vriendelijke bankmeneertjes ver van het bed af te houden. Alles wat we zelf kunnen doen, garandeert ons in ieder geval dat we geen prettige snack worden voor de financiële wolvenroedel die banken nu eenmaal van nature zijn. Dat scheelt ons op z’n minst onnodige kosten en wat te denken van een gesprek met een 27-jarige bankblaag die ons vraagt wat wij denken te gaan doen aan onze roodstand.
We rooien het zelf wel
Hoe we het doen, doen we het: alle beetjes helpen om uit de schaduw van een bank weg te blijven. Wij zijn geen ZZP’ers geworden om alsnog een soort van baas boven ons te krijgen. Bij banken weten ze niet wie we zijn, wat we doen, hoe we dat doen, waarom we het doen en hoe hard werken dat is.
Voor hen zijn we een regeltje data met waarschijnlijk ook nog een klein rood vlaggetje erachter: opgelet, ZZP’er. Het enige wat ze van ons weten is dat we geen vast inkomen hebben en dat ze ons voorlopig digitaal goed in de smiezen moeten houden. Verder geen tijd en kosten aan besteden, want bij ons valt niks te halen, aan ons valt niks te slijten en dus ook niks te verdienen.
Voor een bank zijn wij één groot wandelend risico. Met andere woorden: we moeten het dus zelf maar zien te rooien. Dat lijkt praktisch gezien misschien vervelend, want we moeten al zoveel alleen doen. Een beetje steun af en toe zou leuk zijn. Maar tegelijkertijd maakt zo’n wetenschap ons extra strijdbaar om er een succes van te maken. Bovendien, Wij zijn nu juist van de ZZP geworden omdat we het te gek vinden om het allemaal zelf te doen.
Hoe mooi zou het zijn als er ooit een de dag komt dat het zelfs zo goed met ons gaat, dat ‘uw account manager’ van de bank ons voor het eerst in een eeuwigheid plotseling belt met de vraag of hij misschien iets voor ons kan betekenen. En dat we dan kunnen zeggen: “No thanks, flikker nou ook maar op”. Och, wat een zoete droom is dat.

